dinsdag 2 november 2010

*doet verhaal met open einde schrijven*




Ik weet niet precies meer wanneer ik erachter kwam dat hij de Duivel was. Ik wil niet zeggen dat het allemaal ineens gebeurde, want dat is absoluut niet zo.. Maar het gevoel was al daar op het moment dat ik hem voor het eerst ontmoette. Het was subtiel en vaag in het begin, een soort afstandelijke ongemakkelijkheid. Ik had het gevoel dat, ónder wie hij claimde te zijn, ook nog iemand anders zat...Veel later, kwam ik tot het inzicht dat er meerdere 'aanwezig' leken te zijn..

Ik moet even meegeven dat ik niet religieus ben. Alvorens hem te ontmoeten, had ik mij er in gedachten van verzekerd dat er na de dood niet is. Omdat ik gereformeerd opgevoed ben, had ik alleen de verbeelding van hemel en hel om het mee te doen, maar dat hielp mij alleen maar om hem een soort label om te hangen.. Of hij daadwerkelijk de Duivel was in bijbelse zin..mist het punt hier..


Hij was, natuurlijk, een bijzonder intrigerende verschijning. Natuurlijk, omdat anders het verhaal nergens op zou slaan. Intrigerend, een klassieke romaanse verschijning. Had hij toen geleefd, ben ik zeker van, zou hij gezocht worden door artiesten en zijn dagen spenderen als anatomisch correct model, in stoffige studios rond Rome, zijn verbeeltenis gebruikt bij het vormgeven van de goden...

Ik ontmoette hem in een koffieshop, op een hoek, tegenover een begraafplaats. Het was vroeg in de middag, en ik zat buiten aan een tafeltje, staarde naar de overkant, naar de graven en de beelden. Ik was altijd gefascineerd geweest door de marmeren engelen, die waakten over de graven van de doden. Er is er een in het bijzonder die ik graag bekijk, en vanaf mijn tafeltje kon ik hem nét zien, zijn hoofd gebogen in verdriet, kijkende naar de onderwereld. Ik sloot mijn ogen voor een moment en luisterde. voor wat voor reden dan ook, de wind in de populieren horen, misschien vogels. het is een soort rustgevend geluid, de wind in de bomen... Er was echter geen wind, alleen stilte, dat verontrustte me lichtelijk.

Naast mij een stem zei, "Het is erg mooi, is het niet?"

"Ja, dat bedacht ik mij net," zei ik, terwijl ik mijn ogen opende..

"Sorry, ik wilde je niet storen," zei hij snel, haast onverstaanbaar.

"Oh nee, ik zat te dagdromen. Het is zondag. Ik ben erg stoorbaar op dit moment," zei ik glimlachend en nam hem in mij op. Hij was onopvallend gekleed, toch nadrukkelijk aanwezig. Het raadselde mij waarom..Ik kon merken dat hij niet veel tijd verdeed met zorgen maken hoe hij eruit zag, wat ik juist wel leuk vond.

Hij was even stil en zei toen, "Wist jij dat daar 3 zussen begraven liggen, die beschuldigd waren van hekserij? Dat was vlak ná de spaanse toestanden. Niets is écht ooit bewezen, echter. Ze liggen niet bij de anderen. De familie was gedwongen hen helemaal achterin de begraafplaats te begraven. Er is een grote, geknotte wilg die over hun graf groeit. "

Ik luisterde naar zijn gepraat, en het voelde alsof hij aan het rectiteren was. Ik vroeg me af of hij dit verhaal wel meer gebruikte om de interesse van een vrouw op te wekken.. Toen dacht ik; een man als hij, eenzaam en onbereikbaar in zijn zijn, misschien was dat zijn dilemma ook.. Het kon mij niet meer schelen of hij herhalend aan het verhalen was..

"Natuurlijk móet ik het nu zien," zei ik zonder enige onderbreking.

"Wil je dat ik je het laat zien, of..wanneer je tijd hebt?" vroeg hij.

"Graag..en het is een perfecte dag voor een wandeling."

"Ik ben Ties" zei hij, stak zijn hand uit.

"Leuk je te ontmoeten Ties, ik ben Nadia."

"Ik mag Nadia's," zei hij. "Nadia's zijn meestal aardig."

Ik glimlachtte. "Zullen we maar gewoon gaan?"

Hij knikte. Ik volgde hem door een kleine verwrongen ijzeren hekje, dat leidde naar de stoep. We staken de straat over, onder de bomen door wandelend, en we liepen onderlangs een stenen poortje de begraafplaats op. Het was al wat later geworden in de middag, maar nog net een paar uurtjes voldoende zonlicht. de beelden maakten grote schaduwen over de graven. We liepen naast elkaar over het gravelpad, dat zich langs de graven baande, lezende de namen, data, commentaar gevend op opmerkelijke dingen die we lazen en zagen.

"Zo, wat doe jij eigenlijk in het dagelijks leven," vroeg hij, toen we klaar waren met graven begluren.

"Ik ehmm..schrijf een beetje, nix gepubliceerd ofzo hoor.."

"Ik denk dat jij goed schrijft," merkte hij droog op.

"Waarom denk je dat?"

"Omdat je daar de goeie soort nieuwsgierigheid voor hebt."

Naar hem luisterend, kreeg ik het idee dat ik met iemand sprak die ouder leek, dan hij zich voordeed..

"Daar zijn de zussen," zei hij wijzend naar een enorme wilg, die opviel tussen de andere kaarsrechte bebossing.. "De jongst was Lies. Ze zeiden dat Lies niet graag begraven werd bij haar andere 2 zussen, die echte heksen waren. Zij speelde alleen maar wat met de zwarte kunsten.."

"Dat zijn juist het meeste verraderlijke types. Zij zou vast als laatste lachen.." zei ik grappend.

Ties lachtte instemmend en vervolgde zijn verhaal, "Zo..dus Liesje zwerft hier nu eenzaam rond, zoekende naar iemand die haar opgraaft..."

Ik lachtte terug. "Wat was de naam van de familie?"

"Oudenaar"

"Lies Oudenaar" zei ik hardop. "Het heeft een beetje een duistere klank, alsof het in een griezelig rijmpje past."

Het gravelpad hield op en nu liepen we over een drassig groen veldje, niet onderhouden, vol onkruid, we liepen weg van de nadere graven en richting de grote treurende wilg dichterbijkomend.

"Je hebt mij nog niet verteld wat jij doet.."

"Ik struin door de stad, leg het aan met vreemde vrouwen, neem ze mee uit naar de befgraafplaats "..hij glimlachtte, zonder mij aan te kijken..

Ik mocht zijn vage antwoord wel, ik besloot niet verder te vragen...

De graven van de heksen lagen keurig naast elkaar op een rijtje..overgroeid met mos. Over de de stenen en over de stam van de antiek-lijkende wilg. De boom leek zijn gasten te hebben opgenomen. Wortelen zo verstengelend, zodat je niet meer kon zeggen waar de een begon en de ander eindigde.. Ik stelde me voor dat de wortlelen van de boom, dwars door hun kisten waren gebarsten, krakend, wroetend door hun resten. Mijn lichte gevoeligheid voor claustrofobie deed mij heel even kippevel geven..

Ties wees naar het graf rechts.. "Dit is Nora, de oudste" zei hij.

"Op wiens graf zit ik? " vroeg ik, terwijl ik ging zitten op het middelste graf.

"Dat is Claire, en daarnaast ligt Lies.

Ties keek me een poosje aan, voordat hij weer wat zei. Hij zat op Nora's graf, het lange gras waaide om hem heen.. de wind blies zijn haar in zijn gezicht, hij liet het gaan, het hinderde hem niet.

"Nora spotte met god van kinds af aan. Het was haar manier hem te treiteren voor alles wat hij had toegelaten in de wereld. Ze liet de jongens doen wat zij wilden met haar, terwijl ze door het plafond staarde, zich voorstellend dat God op haar neerkeek, hem aankijkend. Soms verbeelde ze zich, dat God ervan genoot. Jongens zijn erg gemeen als zij iets vinden wat ze kunnen uitbuiten. Voor lange tijd lieten ze haar niet met rust. Ze waande zichzelf niet meer waard te zijn dan de wurmen en zwarte grond. Elke man was Onan voor haar, en ze genoot ervan hen te helpen bij hun corruptie.."

Ties ging achterover liggen op Nora's graf.. starende naar een langzaam donker wordende lucht.. Ik rekte me uit op Claire's graf, in een splitsecond dacht ik aan het door wortels, gekraakte verstrengelde verstikte lijk, onder de grond liggend. We lagen naast elkaar naar boven te kijken. Ik voelde Ties zijn hand naar mij uitsteken. Ik nam zijn hand en hield die vast, terwijl we de eerste sterretjes aan de hemel zagen verschijnen in de donkerte. Ties' hand was zacht en rank, maar erg koud in de aanraking.

"Laten we doen alsof we dood zijn" zei ik.

Het was prettig zijn hand vast te houden. Kijkend door de takken van de wilg, de witte stipjes licht zien dempen, plaatsmakend voor een hemel met sterren. Het deed me voortellen dat dood hier liggen, met de sterretjes zo doorkomend elke avond, schijnend op mijn graf.. Ik voelde mijn hand de zijne verwarmen, zijn hand in de mijne vouwend, perfect passend. Ik rolde op mijn zij, hij deed hetzelfde, zo lagen we daar, dicht bij elkaar, liggend tussen het hoge gras en onkruid.

Het was donker geworden, de begraafplaats was leeg, de hekken werden gesloten.. hij kuste mij eventjes op de wang, lachtte licht en zei: Leuk kennis te maken.."

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen